2370f725

Uit het boek: Inleiding in de islamitische psychologie

Inhoud

Inleiding. 3

Voorwoord Het belang van toewijding. 8

1 Allah de Schepper van de ziel, van de mens en van zijn vijand. 11

1.1.2 Eenheid in de aanbidding tawhid al uluhiya. 14

2 De ziel tussen twee verdragen. 18

2.1.2 Al-fitrah. 19

Het tweede verdrag: het profeetschap. 21

2.1.3 De mens, zijn ziel en sjataan. 24

2.2.4 De vijand van de mens. 27

3 De islamitisch wetten in de psychologische hulpverlening. 31

3.1 De bronnen van de islamitische wetgeving. 32

3.1.1 De Koran  33

3.1.2 Sunna. 35

3.1.3 al-Ijmā’ (consensus) 38

3.1.4 Al-Qiyās  (Analogie) 39

3.1.5 Al-Ḥukm (de wet) 40

3.2 De Goddelijke natuurwetten, de sunnan al-kawniya. 48

3.2.1 Het belang van de natuurwetten in de psychologische  hulpverlening. 48

3.2.3 Goddelijke natuurwetten in de Koran. 49

3.2.4 De wet van de oplossing voor problemen. 50

3.2.5 De wet van succes, tawfiq. 52

3.2.6 De wet van een gelukkig leven. 53

3.2.6 De wet van verandering. 54

4 Het lichaam en de ziel 55

4.1.1 Het bloed. 56

4.1.2 Verboden voedsel; een weg van de sjataan. 58

5 De reiniging van de ziel (Tezkiyyatoe al- Nefs) 61

5.1.2 Het belang  en de wijze van Tezkiyah. 63

5.1.3 het oordeel over het reinigen van de ziel (tezkiyatoe-Nefs) 64

5.1.4 Onderverdeling van Tezkiyatoe-Nefs: 65

5.1.4 Manieren om de nefs te reinigen en te  verschonen. 68

5.1.5 De vruchten van tezkiya. 71

6 Hoe om te gaan met beproevingen. 83

6.1.1 De smeekbede bij een beproeving. 84

6.1.2 De zaken die het effect van de smeekbede tegenhouden. 86

6.1.3 Hoe doet men een smeekbede. 86

6.1.4 Advies van de Profeet  aan de beproefden. 90

6.1.5 Beproevingen zijn een verheffing in niveau. 93

6.1.6 De Profeet leerde de mensen  hoe ze geduldig konden zijn. 94

7 Conclusie. 103

 

fire_masked_djinn_by_blackskull18-d3049dc

“Zijn er tekenen van een goed einde (Hoes al-Khaatimah) bij de dood?”

De tekenen van een goede einde.

“Zijn er tekenen van een goed einde (Hoes al-Khaatimah) bij de dood?”
Alle lof is voor Allah.

Allereerst:

Een goede einde is dat een dienaar begunstigd is net voor zijn dood ver verwijderd wordt van een zonde die de Toorn van Allah, de Almachtige teweeg brengt, en zich bekeert van de zonde, en de van daden van aanbidding en goede daden verricht. Zijn dood is dan op deze manier een teken van een goede einde. Het bewijs waaruit deze betekenis blijkt is de overlevering van Enes ibn Maalik die zei: “De boodschapper van Allah zei: “Wanneer Allah het goede voorheeft voor een dienaar laat Hij hem profijt trekken.”Ze zeiden: “Hoe dan dat?” Hij zei: “Allah begunstigd hem met een goede daad net voor zijn dood.” Overgeleverd door Imam Ahmad (11625) en al-Tirmidhi (2142) en authentiek verklaard door Sheikh al-Baanie. 1334.

Er zijn tekenen waar te nemen van een goede einde; er zijn er die door degene die op sterven lig ziet en er zijn er die door de mensen waargenomen worden.

Ten tweede:

De tekenen die voor de dienaar waarneembaar worden van een goede einde is de goede tijdingen die hem meegedeeld worden ten tijde van de dood van de Tevredenheid van Allah en Zijn gunst voor hem zoals Allah zegt: “Voorwaar, degenen die zeggen: “Onze Heer is Allah,” en die vervolgens standvastig zijn: over hen zullen de Engelen neerdalen (en zeggen:) “Wees niet bevreesd en niet treurig, en wees verheugd met het Paradijs dat aan jullie is beloofd.” (Soerat Foesilat (41) aayah 30.

En deze blijde tijdingen is voor de gelovigen ten tijde van hun sterven. Zie Tefsier Ibn Sa’di 1256.
Wat ook een bewijs is, is wat overgeleverd is door al-Boekhaari (6507) en Moslim (2683) door de moeder van de gelovigen ‘Aiesha dat ze zei: “De boodschapper van Allah zei: “Wie ervan houdt Allah te ontmoeten, Allah houdt ervan om hem te ontmoeten, en wie een hekel heeft Allah te ontmoeten, Allah heeft een hekel aan om hem te ontmoeten.” Ik zei: “O boodschapper van Allah! We hebben allemaal een hekel aan de dood?! Hij zei: “Het is niet zo, maar wanneer de gelovige een blijde tijding en goed nieuws krijgt van Allah’s welbehagen en genade en het Paradijs krijgt houdt hij ervan Allah te ontmoeten. En wanneer de ongelovige het slechte nieuws krijgt van de Straf van Allah en Zijn Toorn dan heeft hij een hekel aan de ontmoeting met Allah.”

Imaam an-Nawawi zei: “De betekenis van de overlevering is dat liefde en haat ten tijde van het sterven en dat religieus gefundeerd is, is de liefde en haat die aan het einde van een leven van een persoon is wanneer berouw niet meer aanvaard en geaccepteerd wordt door Allah. Dit is wanneer de situatie duidelijk wordt voor de stervende en de eindbestemming waar hij naar toe zal gaan hem duidelijk wordt.”

Wat betreft de tekenen van een goed einde, ze zijn veel, en de geleerden – moge Allah hen genadig zijn – hebben deze opgetekend aan de hand van de religieuze teksten die over dit onderwerp gekomen zijn. En onder deze tekenen zijn o.a.:

1 – Het uitspreken van de geloofsbelijdenis ten tijde van de dood, want de profeet zei: “Van wie de laatste woorden ‘Laa illaaha illa-llah” (er is geen god die met recht aanbeden wordt dan Allah) zal het Paradijs betreden.” Overgeleverd door Aboe Daawood (3116) en authentiek verklaard door Sheikh al-Baanie in Sahieh Aboe Daawood (2673).

2 – Sterven met een bezweet voorhoofd. Dat wil zeggen dat er zweet verschijnt op het voorhoofd ten tijde van de dood. Buraydah ibn ibn al-Haseeb verhaald: “Ik hoorde de boodschapper van Allah zeggen: “De dood van een gelovige gaat gepaard met het zweten van zijn voorhoofd.” Overgeleverd door Ahmad (22513) , at-Tirmidhi (980), an-Nassaa’ie (1828) en authentiek verklaard door Sheikh al-Baanie in Sahieh at-Thirmidi.

3 – Sterven op de nacht van vrijdag (donderavond/nacht) of op de vrijdag conform de woorden van de boodschapper van Allah: “Er is geen moslim die sterft op de vrijdag of op de nacht van vrijdag of hij wordt bespaard van de straf van het graf.” Overgeleverd door Ahmad (6546) en at-Tirmidhi (1074). Sheikh al-Albaani – moge Allah hem genadig zijn – zei: “De overlevering is vanwege de vele wegen waarmee deze gekomen is Hasan of Sahieh.”

4 – Wie sneuvelt als een Moedjaahid ter wille van Allah. Allah zegt: “En denkt niet van degenen die op de Weg van Allah gedood zijn dat zij gestorven zijn. Zij leven zelfs bij hun Heer, zij worden voorzien. Zij verheugen zich met wat Allah hen van Zijn gunsten gaf, en zij verheugen zich over degenen die zich nog niet na hen (bij hen) gevoegd hebben (en) er is voor hen geen angst en zij treuren niet. Zij verheugen zich over de genieting van Allah en (Zijn) gunst. En voorwaar, Allah verwaarloost de beloning van de gelovigen niet.” (Soerat aal-‘Imraan (4) aayah 169). De boodschapper van Allah zei: “Wie op de weg van Allah gedood wordt is een Shahied (martelaar) en sterft op de weg van Allah is een Shahied.” Overgeleverd door imaam Moslim (1915).

5 – Sterven als gevolg van een pest conform de woorden van de boodschapper van Allah: “Het sterven door een plaag is een Shahaada voor elke moslim.” Overgeleverd door al-Boekhaari (2830) en Moslim (1916). ‘A’iesha,de vrouw van de profeet , zei: “Ik vroeg de boodschapper van Allah over de pest en hij berichtte mij: “Er is geen gelovige die getroffen wordt door pest en hij geduldig en rekenend op de beloning blijft in zijn land (om verspreiding te voorkomen) en weet dat alleen datgene wat voorbeschreven is hem treft, of Allah zal de beloning voor hem optekenen zoals de beloning van een martelaar.” Overgeleverd door al-Boekhaari (3474).

6 – Sterven aan de gevolgen van een buikziekte conform de woorden van de boodschapper van Allah : “Wie sterft aan de gevolgen van een buikziekte is een martelaar.” Overgeleverd door imaam Moslim (1915).

7 – Sterven als gevolg van instorting (gebouw e.d.) en verdrinking, overeenkomstig de woorden van de profeet: “Martelaren zijn vijf: degene die getroffen is door de pest, een buikziekte, verdrinking, iemand die sterft als gevolg van instorting, en de martelaar die sterft omwille van Allah.” Overgeleverd door al-Boekhaari (2829) en Moslim (1915).

8 – De dood van de vrouw tijdens haar bevalling als gevolg van de baby of wanneer zij deze in haar buik heeft. Het is overgeleverd door Imam Ahmad (17341) van ‘Ibaadat ibn as-Saamit dat de boodschapper van Allah vertelde over de martelaren en onder hen noemde hij “een vrouw die als gevolg van haar baby sterft” zij wordt door haar baby met zijn navelstreng het Paradijs binnengesleept.”Authentiek verklaard door Sheikh al-Baanie in het boek van de ‘Djanaa’iez’ (het boek van de begrafenissen blz. 39).

10 – Het sterven als gevolg van de verdediging van de religie, bezittingen of de eigen ziel conform de woorden van de boodschapper van Allah: “Wie gedood wordt terwijl hij zijn bezit verdedigt is een martelaar, wie gedood wordt terwijl hij zijn religie verdedigt is een martelaar, wie gedood wordt terwijl hij zijn ziel beschermt is een martelaar.” Overgeleverd door at-Thirmidi (1421).

al-Boekhaari (2480) en Moslim (141) hebben van ‘Abd-Allah ibn ‘Amr overgeleverd dat hij de boodschapper van Allah heeft horen zeggen: “Wie gedood wordt terwijl hij zijn bezit beschermt is een martelaar.”
11 – Wie sterft terwijl hij de grenzen waar eventueel de vijand kan binnendringen bewaakt (ar-Ribaat) Salmaan al-Faarisie levert over dat de boodschapper van Allah zei: “ar-Ribaat voor een dag en een nacht is beter dan een maand vasten en het verricht van een nachtgebed. En als hij sterft dan zal zijn beloning voortgezet worden en zo ook zijn voorziening en is veilig van ‘Fataan .” Overgeleverd door imaam Moslim:1913).

12 – Onder de tekenen van een goed einde bij de dood is het sterven en een goede daad verrichtend. De boodschapper van Allah zei: “Wie ‘Laa illaaha illa-lah’ zegt zoekend naar het welbehagen van Allah zal het Paradijs betreden, en wie een Sadaqah geeft en hiermee zijn leven wordt beëindigd zal het Paradijs binnengaan.” Overgeleverd door imaam Ahmad (22 813) en authentiek verklaard door Sheikh al-Baanie in het boek van begrafenissen in het boek blz. 43. Zie Boek van begrafenissen (blz. 34) van Sheikh al-Baanie- moge Allah hem genadig zijn-

Deze tekenen zijn goede voortekenen van een goede einde, maar desondanks zeggen wij niet met zekerheid dat een specifieke persoon behoort tot de mensen van het Paradijs behalve degene waarover de boodschapper heeft verteld dat hij behoor tot de mensen van het Paradijs zoals de vier rechtgeleide Khaliefen (Aboe Bakr, ‘Omar, ‘Oethmaan, en ‘Ali- moge Allah met hen allen tevreden zijn).

We vragen Allah om ons te zegenen met een goede einde.

Bron: www.islamqa.com van Sheikh Mohammed Saalih al-Munadjid – moge Allah hem beschermen – Fatwanummer: 10903.

fire_masked_djinn_by_blackskull18-d3049dc

Worden de zielen van de dieren ook weggenomen en wat staat hen te wachten?

Worden de zielen van de dieren ook weggenomen en wat staat hen te wachten?
Vraag: “Waar zullen de zielen van levende wezens zijn die niet behoren tot de mensen zoals van dieren, vogels enz. wanneer zij doodgaan? Is het de Engel des Doods die hun zielen neemt, of wat gebeurt er precies met deze zielen?”

Antwoord:

Alle lof is voor Allah.
Allereerst:
Allah bericht ons in Zijn Boek dat de zielen van de zonen van Aadam door de Engel des doods (Malk-oe l-Mawt) genomen worden. Allah zegt: “Zeg (O Mohammed): “De Engel des doods die over jullie is aangesteld, zal jullie zielen wegnemen. Vervolgens worden jullie tot jullie Heer teruggekeerd.”(Soerat as-Sadjdah (32) aayah 10.
Wat betreft de zielen van dieren en vogels: er is hier geen tekst gekomen in het Boek van Allah of de authentieke Soennah –voor zover wij weten–. Er is hierover een overlevering vermeld dat niet juist is. Het is de overlevering die overgeleverd is door al-‘Oewaylie in de serie zwakke overleveringen die als volgt luidt: “Het lot van alle dieren, en alle luizen, vlooien, sprinkhanen, paarden en muilezels, runderen, enz. eindigt met het loven van Allah (Tesbeeh). Wanneer er een einde gekomen hieraan dan neemt Allah hun zielen, en het in niet de Engel des doods die hen doet sterven.” Sheikh al-Baanie –moge Allah hem genadig zijn– zei in ‘Silsilah ad-Dha’iefah’ (4/188): “Verzonnen overlevering.”

Sommige van de geleerden zeiden: “De Engel des doods is degene die alle zielen neemt.” Andere geleerden zeiden: “Het is Allah die de zielen van hen wegneemt.” Zie het boek “at-Tadhkirah” van al-Qoertoebie (blz.75) en het boek “al-Fawaakih ad-Dawaanie”: 1/100.

Sheikh Ibn ‘Oethaymeen –moge Allah hem genadig zijn– is van mening dat de zoektocht naar dit soort zaken een onnodig verspilling van tijd en energie is. Hij werd gevraagd: “Is het de Engel des doods die de zielen van de dieren neemt?”
Hij antwoordde: “Wat denk je als ik zeg dat de Engel des doods degene is die de zielen van de dieren neemt of juist niet, wat is het nut hiervan?! Hebben de metgezellen van de boodschapper van Allah hem hierover gevraagd?! Zij zijn zonder twijfel veel meer gedreven in het zoeken naar kennis dan wij dit zijn, en de boodschapper van Allah is meer bevoegd dan ons in het beantwoorden ervan, maar desondanks hebben zij hem niet hierover gevraagd. Allah zegt: “Zeg (O Mohammed): “De Engel des doods die over jullie is aangesteld, zal jullie zielen wegnemen.” (Soerat as-Sadjdah (32) aayah 11). Degene die aangesteld is om de zielen van de mensen te nemen is de Engel des dood, maar de zielen van anders schepselen, hierover is niets bevestigd. En Allah weet het beste.

Maar het belangrijkste in het antwoord op deze vraag is dat de mens niet dient te overdrijven. De boodschapper van Allah zei: “Degenen die overdrijven zullen ten onder gaan.”Vraag dus niet naar zaken waar geen enkel voordeel in zit. Bij Allah, als er een voordeel in zit dat de Engel des doods de zielen van de dieren neemt dan zou Allah dit hebben verduidelijkt of in de Qor-aan of in de Soennah, of dat Allah iemand doet komen tot de boodschapper van Allah die hem hierover vraagt. En daarom waren de metgezellen blij en verheugd wanneer een bedoeïen kwam uit het platteland over een zaak vraagt waarzij wellicht schaamte voor hadden dit aan de profeet te vragen.

Beste broeder die deze vraag stelt, of iemand anders die hoort, ik zeg: intensief zoeken naar dit soort zaken is fout, want de profeet zei: “Zij die overdrijven zullen ten onder gaan, zij die overdrijven zullen ten onder gaan, zij die overdrijven zullen ten onder gaan.” Hij zei dit tot driemaal toe. Neem bij dit soort ongeziene aangelegenheden datgene wat bevestigd is, en verlaat datgene waar niets over vermeld is…het is aan onze beste broeders om van de zaken van het ongeziene datgene te nemen wat bevestigd is bij ons, en over de rest waarover wij niet bericht zijn te zwijgen. Als er enige voordeel hierin zou zitten, dan zou Allah dit ons hebben verduidelijkt. Allah zegt tegen Zijn profeet : “En Wij deden aan jou de Vermaning (de Qor-aan) neerdalen om aan de mensen duidelijk te maken wat aan hen neergezonden is. En hopelijk zullen zij nadenken.” (Soerat an-Nahl (16) aayah 44). Er was niets waar wij behoefte aan hebben deze te weten of de boodschapper van Allah heeft dit verduidelijkt.” Einde citaat uit ‘Liqaa’al-Maftooh’ (een open zitting) (146/11).
Ten tweede:

Wat betreft het lot van deze dieren: Abdul-Razzaaq heeft in zijn ‘Moesannaf’, ibn Djarier, en al-Bayhaqie in zijn boek ‘al-Ba’th’ hebben via Aboe Hurayrah overgeleverd over de uitspraak van Allah: “En er is geen levend wezen op aarde en geen vogel die met zijn vleugels vliegt, of het behoort tot gemeenschappen zoals die van jullie. En Wij hebben niets in het Boek veronachtzaamd en zij zullen allen bij hun Heer verzameld worden.” (Soerat al-An’aam (6) aayah 38).

Hij zei: “De gehele schepping zal worden verzameld op de Opstanding, het vee en wilde dieren en vogels en alles. Op deze Dag zal de rechtvaardigheid van Allah zijn dat en er zal zelfs worden afgerekend tussen een hoornloze schaap en een schaap met horens. De hoornloze schaap mag de schaap dat haar in de wereld sloeg met haar horens terug slaan. Daarna wordt er tegen hen gezegd: “Wees zand!” En daarom zal de ongelovige wensen om net zoals een dier zand te worden in de uitspraak van Allah: “…en waarop de ongelovige zal zeggen: “O wee, was ik maar aarde.” (Soera tan-Nabaa’(78) aayah 40).
Zie: “Tefsier Ibn Kathier,” (3/255).

Sheikh al-Albaani zei in “as-Silsilah as-Sahiehah” (4/466):”Dit is vermeld door as- Suyooti in “ad-Durr al-Manthoor” (6/310) en hij niet sprak over de isnaad ervan zoals dit zijn gewoonte is. Bij Ibn Djarier (17/30) is deze overlevering sterk, Einde citaat.

En Allah weet het beste

Bron: www.islamqa.com van Sheikh Mohammed Saalih al-Munadjid –moge Allah hem beschermen– Fatwanummer: 119652.

Islamic-wallpaper-hd

Zijn er mensen die Afrekening reeks achter de rug hebben en het Paradijs of de Hel zijn binnengegaan?

Zijn er mensen die Afrekening reeks achter de rug hebben en het Paradijs of de Hel zijn binnengegaan?

Vraag: “Wanneer begint de Afrekening? Is dit wanneer het wanneer iemand begraven wordt of op de Dag der Opstanding .We weten dat er sommige mensen het Paradijs zijn binnengetreden, zoals de kapster van de dochters van Fir’aun, Dja’far ibn Abi Taalib en ‘Abdullah ibn Rawaahah –moge Allah met hen allen tevreden zijn-. Wij weten ook dat er sommige mensen zijn die het Hellevuur zijn binnengegaan. Hoe is dat mogelijk als we weten dat de eerste die het Paradijs betreedt de boodschapper van Allah is?”

Antwoord:

Alle lof is voor Allah de Heer van de werelden.

Allereerst:

De plicht van elke moslim is om te geloven dat de Afrekening na de dood waarheid is, en dan de beloning of bestraffing na deze Afrekening plaats vindt. Allah, de Almachtige , zegt: “Bij jouw Heer, Wij zullen hen zeker allen ondervragen. Over wat zij plachten te doen.” (Soerat al-Hidjr (15) aayah 92). Allah zegt in een ander vers: “Wij zullen zeker degenen aan wie (Profeten) gezonden waren ondervragen, en Wij zullen zeker de gezondenen vragen.” (Soerat al-A’raaf (7) aayah 6).

Bovendien zal deze Afrekening plaatsvinden in twee fasen:

De eerste fase:

Dit is in het graf na de dood; en dat is wanneer de twee engelen komen en de mens vragen naar zijn Heer, zijn religie en profeet, zoals dit gekomen is in verscheidene authentieke overleveringen. En dit is de beproeving van het graf waarmee de boodschapper van Allah ons heeft opgedragen om bescherming te zoeken bij Allah tegen de straf in het graf.

‘A’iesha levert over dat de boodschapper van Allah zei: “Tot mij is geopenbaard dat jullie beproefd zullen worden in het graf.” Overgeleverd door al-Boekhaari (1049) en Moslim (584). Ibn Hadjar zei in Feth al-Baarie (1/165): “De oorsprong hiervan is een soort test en een ondervraging .” Einde citaat.

Imaam al-Manaawi vermeld in zijn Tefseer ” Feth al-Qadeer” (6/234) een uitspraak van sommige geleerden die zeiden:
“De gelovige wordt afgerekend in zijn graf zodat de afrekening op de Dag van de Afrekening enigszins verlicht wordt. Hij wordt in zijn graf beproefd zodat hij hieruit komt terwijl de vereffening plaats heeft gevonden.” Einde citaat.

Er zal na deze afrekening in het graf ook een beloning of straf zijn. Wie geslaagd is zal zaligheid en het geluk tegemoet gaan zien in zijn graf, en wie verloren heeft zal ellende ongeluk en lijden tegemoet zien in zijn graf.

Dit alles vindt plaats in het graf of in het leven van de ‘Barzagh’. Maar wat betreft het binnentreden van het Paradijs of de Hel: er is nog niemand volledig deze twee eindbestemmingen binnengegaan, behalve na de tweede fase en dat is de afrekening in het Hiernamaals.

Maar het kan voorkomen dat sommige zielen het Paradijs binnentreden waardoor zij genieten van de zaligheid van het Paradijs als een beloning en jovialiteit van Allah.
De profeet zei: “De Nesmah van een gelovige is als een vogel in de bomen van het Paradijs totdat Allah de ziel terugbrengt naar zijn lichaam op de Dag dat Hij hem doet wederopwekken.” Overgeleverd door imaam Maalik in al-Moewatta (1/240) en geclassificeerd als Sahih door Ibn ‘Abd al-Barr in zijn boek “al-Istidhkaar” (2/614).

De Nesmah van een gelovige: zijn ziel.
In de bomen van het Paradijs: het eet en voedt zich met de vruchten van het Paradijs.

Ibn al-Qayyim –moge Allah hem barmhartigheid zijn– zei in zijn boek ‘Haadie al-Arwaah’ (blz.48):
“Dit is een duidelijk bewijs dat de ziel het Paradijs betreedt voor de aanbreken van de Dag des Oordeels”. Einde citaat.

Net zoals het kan voorkomen dat er sommige zielen zijn is de Hellevuur zijn, en die getroffen worden door de verschrikkelijke hitte en kwelling. De Almachtige zegt: “Ze zullen ‘s ochtends en ‘s avonds voor de Hel geplaatst worden. En de Dag waarop het Uur valt (zegt Allah tegen de Engelen:) “Laat Fir’aun en zijn volgelingen de hardste bestraffing binnengaan!” (Soerat Ghaafir (40) aayah 46).

Wie gered wordt van de afrekening in het graf zal een gemakkelijk Afrekening krijgen in het Hiernamaals.

Haanie de dienstknecht van ‘Oethmaan zei: “Wanneer ‘Oethmaan voor een graf stond huilde hij totdat zijn baard nat werd van de tranen. Er werd tegen hem gezegd: “Je wordt herinnert aan het Paradijs en Hellevuur en je huilt niet en je huilt wel bij het graf…?!” Hij zei –moge Allah met hem tevreden zijn –: “De boodschapper van Allah zei: “Het graf is de eerste fase van de fasen van het Hiernamaals. Wie ervan gered wordt zal het hierna alleen maar gemakkelijk hebben en wie er niet van gered wordt zal het hierna alleen maar zwaarder er moeilijker hebben…!” Overgeleverd door imaam at-Thirmidi (2308) en authentiek verklaar door Sheikh al-Baanie in Sahih at-Tirmidhi.

De tweede fase van de Afrekening:

Dit is na de wederopstanding in het Hiernamaals, en dit is de grote geweldige Afrekening door Allah plaatsvindt waar onderscheid gemaakt wordt tussen de mensen van het Paradijs en het mensen van het Hellevuur, en waar de mensen onderlinge rechten verrekenen. Daarom wordt deze Dag ‘de dag van de Afrekening’ genoemd. Allah, de Almachtige, zegt:
“Dat is wat aan jullie beloofd is voor de Dag des Oordeels.” (Soerat Saad (38) aayah 53).

Allah zegt: “En Moeasa zei: Voorwaar, ik zoek mijn toevlucht bij mijn Heer en bij jullie Heer tegen iedere hoogmoedige die niet gelooft in de Dag des Oordeels.”(Soerat Ghaafir (40) aayah 27).

Niemand zal het Paradijs of Hel binnengaan behalve wanneer de Afrekening plaats heeft gevonden, er zijn mensen die een makkelijke afrekening krijgen, en er zijn mensen die een zware afrekening te wachten staat…
Onze profeet Mohammed is de eerste van alle mensen die daadwerkelijk en feitelijk het Paradijs zal binnentreden in het Hiernamaals.
Enes ibn Maalik verhaald dat boodschapper van Allah zei: “Ik zal komen bij de deur van het Paradijs en vraag of deze geopend kan worden. De engelbewaarder van het Paradijs vraagt: “Wie ben jij?” Ik zal beantwoorden met “Mohammed”. Hij zal zeggen: “Mij is bevolen om voor niemand voor jou de deur van het Paradijs te openen.” Overgeleverd door imaam Moslim (197).

Ten tweede:

Wat betreft de overleveringen waarin de profeet vermeld dat hij iemand in het Paradijs of de Hel zag, kan op twee manieren uitgelegd worden:

1 – Ofwel zag hij hen in dromen, zoals in de overlevering van Aboe Hurayrah , dat de profeet tegen Bilaal bij het Fadjr gebed zei: “O Bilaal, bericht mij over goede daad die je hebt verricht in de islaam, want waarlijk ik hoorde je voetstappen in het Paradijs.”

al-Haafidh Ibn Hadjar zei in “Feth al-Baarie” (3/35):
“al-Kirmaani zei: “De betekenis van de overlevering is dat het horen wat erin genoemd is plaats heeft gevonden ten tijde van de slaap. Omdat het Paradijs door niemand betreden zal behalve na de dood. Wat dit ondersteunt dat het in een droom was, is de overlevering: “Ik zag dat ik het Paradijs binnenging en hoorde voetstappen. Er werd gezegd: “Dit zijn de voetstappen van Bilaal. Ik zag ook een paleis, en in de binnenplaats was een jonge vrouw. Er werd gezegd: “Dit is het paleis van ‘Omar.” Zo is er ook de overlevering van Aboe Hurayrah: “Terwijl ik lag te slapen zag ik mezelf in het Paradijs, en zag een vrouw die de Woedoe’ (rituele wassing) aan het doen was naast een paleis. Er werd gezegd dat dit van ‘Omar is.”

Hiermee weten wij dat dit plaats heeft gevonden ten tijde van de slaap. Door deze overlevering is ook de deugd van Bilaal bevestigd, omdat de droom van profeten een inspiratie en openbaring is, en daarom werd het ook bevestigd door de boodschapper van Allah.” Einde citaat.

2 – Allah openbaart aan Zijn boodschapper wat er zal plaatsvinden in het Hiernamaals, totdat hij het met eigen ogen ziet of met zijn hart.
al-Haafidh ibn Hadjar –moge Allah hem genadig zijn– zegt in de uitleg van Sahieh Moslim (6/207): “Qaadie ‘Ayyaad zei: “De geleerden hebben gezegd: het kan zijn dat de boodschapper van Allah deze mensen daadwerkelijk gezien heeft, dat Allah het voor hem zichtbaar laat zijn, en de afscheiding verwijderde tussen hem en hen net zoals Allah voor hem de Aqsa moskee onthulde en deze tot in de kleinste details beschreef aan de Qorashieten.

Geleerden zeiden ook: Het is waarschijnlijk dat hij dit kennis dat hem gegeven wordt en een weergave van een openbaring is, door hem te inspireren met gedetailleerde zaken die hij eerder niet wist.
al-Qaadie zei: “Maar de eerste visie is waarschijnlijker want de woorden in de overlevering op duiden. Er zijn zaken genoemd die erop duiden dat de profeet deze ook echt heeft gezien, zoals het uitstrekken van zijn hand tijdens het gebed om een druiventros (uit het Paradijs) te pakken, en het zetten van een stap achteruit uit angst verwond te worden door een Vuurvlam dat hij zag.” Einde citaat. Zie ook de vragen (4003), (5643), (12478), (14526).
Zie het antwoord op vraagnummers (4003), (5643), (12.478) (14.526).

En Allah weet het beste.

Bron: www.islamqa.com van Sheikh Mohammed Saalih al-Munadjid –moge Allah hem beschermen– Fatwanummer: 89813.

volle-maan-wordpress

Waar is de plaats van de zielen na de ondervraging door de twee engelen?

Waar is de plaats van de zielen na de ondervraging door de twee engelen?

Vraag: “Waar zal de ziel van de dode zijn na de ondervraging door de twee engelen?”

Het antwoord:

Alle lof is voor Allah.

Dit is een kwestie die behoort tot de zaken van ‘al-Ghaib’ (het ongeziene) waarbij geen ruimte is voor al-Idjtihaad (Het verrichten van inspanningen door een geleerde om tot een oordeel te komen betreffende een religieus vraagstuk), maar waarbij het verplicht is de Openbaring te volgen. Er zijn verschillende authentieke overleveringen die over de profeet overgeleverd zijn waarin toegelicht wordt waar de zielen van de dieraren zijn. Vandaar dat de geleerden verschillende opvattingen en meningen hebben over de plaats van de zielen vanwege de verschillende overleveringen die hierover zijn gekomen.

Het lijkt erop – en Allah weet het beste – dat de zielen in verschillende plaatsen en situaties zijn, elk plaats is specifiek die verschillend is t.o.v. de andere plaats. Er zijn teksten gekomen die vermelden dat de zielen in borsten van groene vogels zijn vliegend in het Paradijs. Er zijn ook sommige teksten gekomen waarin vermeld is dat de zielen aan de rechter –of linkerhand van Aadam. De zielen die aan zijn rechterzijde zijn zullen de bewoners van het Paradijs zijn, en de duistere zielen aan de linkerzijde zijn de bewoners van de Hel, en wanneer Aadam aan zijn rechterzijde kijkt dan lacht hij en wanneer hij aan zijn linkerzijde kijkt dan huilt hij.

De profeet vertelde over een persoon die na zijn dood (zijn ziel) tegengehouden wordt bij de deuropening van het Paradijs. Hij zei: “Ik heb jullie metgezel gezien die tegengehouden en opgesloten wordt bij de deur van het Paradijs.” In een authentieke overlevering is gekomen dat “sommige opgesloten worden in hun graven door een schuld of vanwege iets wat zij gepakt hebben van de oorlogsbuit voordat het verdeeld werd.” Er zijn ook zielen die hun plaats hebben bij de deur van het Paradijs zoals gekomen is in de overlevering van ibn ‘Abbaas: “De (zielen van) martelaren zijn in ‘Baariq’.” Er werd gevraagd: “En wat is ‘Baariq’?” Hij zei: “Een rivier bij de deur van het Paradijs in groene koepel. Hun voorzieningen komt tot hen uit het Paradijs zowel in de ochtend als in de avond.”Een authentieke overlevering.

Er zijn zielen die zich bevinden in de hogere rangen, wandelend door het Paradijs met de profeten, waarachtigen, martelaren en de rechtvaardigen, sommige zullen bij de deur van het Paradijs zijn bij een rivier en hun voorziening komt hen vanuit het Paradijs in de ochtend en in de avond. Er zijn ook zielen die zich in lampen bevinden, en sommige zijn ondergebracht onder de Troon (‘Arsh). Er zijn ook sommige zielen die gevangen zijn op aarde en die niet opgeheven worden tot de hoogste groep engelen, en sommige zielen zitten gevangen in een oven van Vuur en het vuur komt tot hen van onder waardoor zij krijsen en schreeuwen en dit zijn de overspelige mannen en vrouwen. De boodschapper van Allah heeft hun situatie geschetst in een authentieke overlevering: “De zielen van overspelige mannen en vrouwen worden gevangen gehouden in een over van vuur. Ze zullen hierin een kwelling en bestraffing ondergaan tot het Uur aanbreekt.” En dit heeft betrekking op hun straf in ‘al-Barzagh’ (het leven tussen de dood en de Wederopstanding). Zo heeft de boodschapper van Allah ook de verteerders van rente gezien die aan een oever van een rivier stonden en er werden stenen naar hen gegooid dat in hun monden terecht kwam waarna zij dan gaan zwemmen met de stenen in hun buiken in een rivier van verrotte bloed net zoals zij verdorven rente spendeerden…

Hoewel de omstandigheden van de zielen anders is en op verschillende plaatsen, het blijft in contact met het lichaam in aarde ook al vliegt het en wandelt het in de rivieren van het Paradijs of zich bevindt in de hoogste rangen.

Ibn al-Qayim al-Djawziyah – moge Allah hem genadig zijn– zei in zijn boek ‘ar-Roeh’ (1/90-92): “Dit is een geweldige kwestie waarover mensen hebben gesproken en van mening verschilden en deze kwestie is alleen maar gefundeerd op wat gehoord is (van de overleveringen). De geleerde verschilden van mening; sommigen zeiden:
“De zielen van de gelovigen zijn bij Allah in het Paradijs, of het martelaren zijn of niet, wanneer zij niet tegen gehouden worden van het Paradijs door een grote zonde of door een schuld. Ze worden ontvangen door hun Heer met vergeving en barmhartigheid voor hen. Dit is de mening van Aboe Hurayrah en ‘Abdullah ibn ‘Omar – moge Allah met hem tevreden zijn –.
.
Een ander groep geleerden zeiden: “De zielen van de gelovigen zijn in de binnenplaatsen van het Paradijs, genietend van de voorzieningen en gunsten en de geuren van het Paradijs.”
Andere geleerden zeiden: “De zielen van de gelovigen zijn binnen de omtrek van hun graven.”
Imaam Maalik zei: “Ik hoorde dat de ziel de vrije gang krijgt, het kan gaan waar het maar wenst.”
Imaam Ahmad zei in een verslag van zijn zoon ‘Abdullah: “De zielen van de ongelovigen zijn in de Hellevuur, en de zielen van de gelovigen zijn in het Paradijs.”

Aboe ‘Abdullah ibn Mandah zei: “Een groep van de metgezellen en de Taabi’ien zeiden: “De zielen van de gelovigen zijn bij Allah” en zij hebben er niets aan toe gevoegd.

Salmaan al-Faarisie zei: “De zielen van de gelovigen zijn in ‘Barzagh’ van de aarde, het gaat waar het heen wil gaan, en de zielen van de ongelovigen zitten in de ‘Sidjien.” In een andere versie: “De ziel van de gelovigen zit in de grond en gaat heen waar ze wil.”

Een andere groep zei: “De zielen van de gelovigen zijn aan de rechterzijde van Aadam en de zielen van de ongelovigen zijn aan de linkerzijde van Aadam.”

Een andere groep geleerden woorden, waaronder Ibn Hazm zeiden: “De plaats van de zielen is waar ze was vóór de schepping ervan in het lichaam.”  Einde citaat.

Ibn Abie al-‘Izz zei na het noemen van de uitspraken van geleerden over deze kwestie in het boek ” Sharh ‘Aqiedah at-Tahhaawiyyah” (1/396): “De uitspraken met de daarbij behorende bewijzen kunnen worden samengevat als volgt: de sitautie van de zielen is zeer variërend en verschillend: er zijn zielen in de hoogste gradatie zitten bij de hoogste groep engelen en dit zijn de zielen van de profeten –vrede en zegeningen met hen allen– en verschillen ook in gradaties. Er zijn ook zielen in de borsten van groene vogels vliegend en wandelend in het Paradijs waar ze ook maar willen, en dit zijn de zielen van sommige martelaren en niet allemaal. Want er zijn martelaren waarvan de zielen tegengehouden worden het Paradijs te betreden vanwege een schuld die het heeft. Er zijn ook zielen die vastgezet worden bij de deur van het Paradijs….er zijn ook zielen die gevangen zijn in het graf of in de aarde. Er zijn ook zielen in een Vuuroven en dit zijn de zielen van de overspelige mannen en vrouwen, en er zijn zielen die zwemmen in een rivier van bloed en stenen in de mond toegegooid wordt. En hierover zijn er allemaal bewijzen uit de authentieke Soennah en Allah weet het beste. ” Einde citaat.
Bron: www.islamqa.com van Sheikh Mohammed Saalih al-Munadjid –moge Allah hem beschermen– Fatwanummer: 129052.

Aarde-vauit-Heelal

Waarom zweert Allah bij sommigen van Zijn schepsels (zoals de maan, de zon enz.)?

 

 

Waarom zweert Allah bij sommigen van Zijn schepsels (zoals de maan, de zon enz.)?

 

Vraag: de christenen zijn van mening dat het niet nodig en overbodig is dat Allah een eed aflegt bij Zichzelf of sommige van zijn schepsels, maar in onze wetgeving zijn er vele verzen gekomen waarin Allah een eed aflegt bij sommige van Zijn schepsels. Ik zou graag duidelijkheid hierover willen hebben.

 

Antwoord:

 

Als eerste:

Het is noodzakelijk dat wij dienen te weten dat Allah doet wat Hij wil. Hij wordt niet gevraagd wat Hij doet en zij (mensen) worden wel gevraagd wat zij doen. Het is niet aan de dienaar om zijn Heer te vragen: “Waarom doet U dit?!” Maar de verplichting voor de dienaar is dat hij datgene uitvoert waarmee zijn Heer hem heeft opgedragen. Ieblies verzette zich tegen het Bevel van zijn Heer toen Hij hem opdroeg om de knieling te doen voor Adam. Allah zegt: “En toen Wij tot de Engelen zeiden: “Kniel jullie neer voor Adam,” toen knielden zij allen, behalve Iblies (Satan). Hij zei: “Moet ik (mij) neerknielen voor iemand die U uit aarde heeft geschapen?” (Soerat al-Israa’ (17) aayah 61) Allah heeft hem hierna vervloekt en verwijdert van Zijn Barmhartigheid.

 

Imaam al-Qoertoebie zei: “Het is aan Allah om een eed af te leggen bij wie Hij wil van Zijn scheppingen van dieren en levenloze dingen, al weten wij niet de wijsheid die erachter schuilt.” Einde citaat. (Zie al-Djaami’li-Ahkaam al-QOr-aan: 19/237).

Sheikh ibn ‘Oethaymeen zei ook:

“Dit (zweren) behoort tot een Daad van Allah, en Allah wordt niet gevraagd waarom Hij iets doet. Het is aan Allah om te zweren bij wie Hij wil van Zijn schepping, Hij is de Ondervrager en niet de ondervraagde, de Regeerder en niet over wie geregeerd wordt.” Einde citaat. (zie Modjmoo’al-Fataawa war-rasaa’iel ibn ‘Oethaymeen: 10/797).

Als tweede:

Deze zaken waarmee Allah een eed heeft afgelegd zijn Tekenen van Allah’s Eenheid, en bewijzen van Zijn Almacht, en Zijn Macht de doden te doen herleven. Het afleggen van een eed bij deze schepsels duidt op de Grootsheid van Zijn Almacht, en de volmaaktheid van Zijn Heerschappij. Hierin (de eden) is gegeven dat dienaren geen excuus hebben aangezien Allah een eed aflegt bij deze geweldige schepsels om de dienaren te wijzen naar de Grootheid van Allah.

Sheikh al-Islaam zei: “Het is aan Allah om een eed af te leggen bij wie Hij wil van Zijn schepsels, omdat deze schepsels Zijn Tekenen en zijn schepsels zijn, deze schepsels zijn een bewijs van Zijn Heerschappij, Goddelijkheid, Eenheid, onbegrensde Kennis, Macht, Wil, Barmhartigheid, Grootsheid, en Zijn Trots en Glorie. Allah zweert bij deze schepsels, omdat de eed die hiermee afgelegd wordt de Grootsheid van Allah inhoudt. En wij als schepselen van Allah mogen niet een eed afleggen met deze schepsels. Hierover is er een consensus tussen geleerden.” Einde citaat. (Zie Madjmoo’al-Fataawa: 1/290).

Sheikh ibn ‘Oethaymeen- moge Allah hem Barmhartig wezen- heeft de wijsheid achter de eed van Allah bij Zijn schepsels uiteengezet:

“Als er gevraagd wordt: wat is het nut van de eed van Allah terwijl wij weten dat dit absolute Waarheid is zonder een eed?! Want wanneer een eed voor een gelovige volk bestemd is, is dit overbodig want zij geloven de Woorden van hun Heer. En als de eed bedoelt is voor een ongelovig volk, heeft het geen nut, immers: zij geloven toch niet. Allah I zegt: “En als jij aan degenen aan wie de Schrift is gegeven alle Tekenen brengt, dan nog zullen zij jouw Qiblah niet volgen.” (Soerat al-Baqarah (2) aayah 145). Dan is het antwoord als volgt:

Ten eerste: de meerwaarde van het afleggen van een eed vanuit verschillende invalshoeken:

 

  1. Dit is een manier die gebruikt wordt in de Arabische taal om zaken kracht bij te zetten middels een eed, ondanks dat het bekend is bij eenieder, of dat het ontkent wordt bij degene die aangesproken wordt. De Qor-aan is neergezonden met een duidelijke heldere en zuivere Arabische taal. 2. De zekerheid (al-Yaqeen) van de gelovige in het geloof neemt toe en wordt door deze eed gesterkt, en er is geen bezwaar om zaken waarvan men al zeker is nog zekerder en sterker te maken waardoor het hart nog meer rust vindt hierin. Allah zegt over de profeet Iebrahiem: “En toen Iebrâhîm zei: “Mijn Heer, toon mij hoe U de doden doet leven.” Hij (Allah) zei: “Geloof jij dan niet?” Hij zei: “Jawel maar opdat mijn hart tot rust komt.” (Soerat al-Baqarah (2) aayah 260). 3. Allah zweert bij geweldige zaken die duiden op de perfectie en volmaaktheid van Zijn Macht, Geweldigheid, en Kennis. Allah maakt middels deze geweldige zaken waarmee een eed afgelegd wordt dat hetgeen waarover Hij zweert Waarheid is 4. Aandacht en overpeinzing over datgene waarmee een eed wordt afgelegd.

(Zie Madjmoo’ Fataawa war-Rasaa’iel ibn ‘Oethaymeen: 10/612-613). Ten tweede:

Wat betreft de bewering van de christenen dat het niet nodig is dat er een eed wordt afgelegd, om daarmee de moslims te provoceren en aan het twijfelen te zetten: wij hebben reeds gezegd dat het Gebod en Bevel voordien en nadien behoort  aan Allah. Het is aan Allah om te zweren bij Hij wil, en datgene te doen wat Hij wil: “Hij kan niet over Zijn handelen ondervraagd worden, terwijl zij wel ondervraagd worden.” (Soerat al-Anbiyaa’ (21) aayah 23). Ondanks dit feit is het aan de christenen niet te oordelen dat er in zijn geloof en boeken geen eed afgelegd wordt. Het is een onjuiste bewering dat God  in hun boeken (Evangelie) geen eed aflegt bij Zijn schepsels. Wij lezen als voorbeeld: (De Heer zweert bij de trots van Jakob: “Ik zal nooit hun handelingen vergeten)” (Het boek van  Amos 8: 7).

In de vertaling tussen de christelijke denominaties die zij allen gemeen hebben in dezelfde paragraaf: (zwoer de Heer bij de status van Jakob : Nooit zal IK hun daden die zij hebben verricht vergeten!)

Dus volgens de Bijbel heeft God gezworen bij een dief en een bedrieger en een overspelige…!Omdat, volgens hen, Jakob de profetie gestolen heeft van zijn broer “Esau” (Genesis 27) ..en zijn oom  “Laban” heeft bedrogen bij schapen (Genesis: 30 [32-43]) .. Hij was ook getrouwd met meer dan een vrouw; namelijk “Rachel” en “Lea” (twee zussen!) .. (volgens hen) ging hij binnen bij twee slavinnen “Bilha” en “Zilfa” die behoorden tot zijn twee vrouwen Rachel en Lea (Genesis 30 [4] en Genesis: 3  [9-10]. Volgens de maatstaven van de christenen is dit pure overspel…!![1] En wij moslims eren en respecteren de edele profeet Jakob en vrijwaren hem van de leugens en aantijgingen waarmee hij besmeurd wordt door  van de leugenaars. Maar wij zeggen tegen hen:

 

Wat kijk je naar de splinter in het oog van een ander, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt?!

 

[1] “Werp je niet op als rechter, opdat je niet onder het oordeel valt. [2] Want onder het oordeel dat jullie vellen, zul je vallen, en met de maat waarmee jullie meten, zul je gemeten worden. [3] Wat kijk je naar de splinter in het oog van een ander, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? [4] Of hoe kun je tegen een ander zeggen: Laat me de splinter uit je oog halen, en kijk, de balk zit in je eigen oog? [5] Schijnheilige, haal eerst de balk uit je eigen oog, en pas dan zie je scherp genoeg om de splinter uit het oog van de ander te halen.”  (Matheus: 7 [1-5]).

Dit als  je denkt dat er een splinter is in het oog van de ander, hoe zit het dan als deze splinter in je eigen oog zit?!
En Allah weet het beste.

 

Bron: Islam vraag & antwoord (www.islamqa.com) van Sheikh Mohammed Saalih al-Moenadjid- moge -Allah hem behouden. ‘Aqieda onder rubriek: “Tewheed” (Eenheid van Allah). Vraagnummer:  154463

 

 

 

 

[1] Verheven is Allah boven wat zij over Hem zeggen! En ver zijn de profeten en boodschappers van de smet en zonde waarmee zij beschuldigd worden.

2159368481_1

Verlaat de ziel het lichaam tijdens de slaap?

 

 

 

Verlaat de ziel het lichaam tijdens de slaap?

 

Vraag: “Is het zo dat de ziel het lichaam verlaat tijdens de slaap? Want soms heb ik net voor het slapen het gevoel alsof mijn ziel uit mijn lichaam gaat, ik hoor niets, ik zie niets, en voel niets voor een paar seconden. Daarna ben ik weer bij en voel dan weer alles.”

 

Antwoord:
Alle lof is voor Allah.
Er zijn duidelijke bewijzen gekomen in het Boek van Allah en de Soennah die aangeven dat de ziel genomen wordt tijdens de slaap, en dat slaap een vorm is van een ‘dood’ (‘kleine dood’). Onder deze bewijzen: 1 – De woorden van de Almachtige:  Allah neemt de zielen weg bij hun sterven en bij degenen die niet sterven in hun slaap. Dan houdt Hij de zielen waarvoor Hij de dood leeft beslist achter, en stuurt Hij de overigen (terug) tot een vastgestelde tijd. Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor een volk dat nadenkt.” (Soerat az-Zoemar (39) aayah 42).

 

2 – En de uitspraak van Allah: Hij is degene die jullie (zielen) in de nacht wegneemt en Hij weet wat jullie gedurende dag verricht hebben.” (Soerat al-An’aam (6) aayah 60).

3 – Aboe Qataadah verhaalt dat zij sliepen en het gebed ging voorbij, de boodschapper van Allah zei: “Allah neemt jullie zielen wanneer Hij wil, en laat deze -terugkeren wanneer Hij wil.” Overgeleverd door imaam al-Boekhaari (7474).
4 – Aboe Djoehayfah zei: “De boodschapper van Allah was op reis waarin zij sliepen totdat de zon opgekomen was en het Fadjr gebed voorbij was. Hij zei: “Jullie waren als het ware ‘dood’ en Allah heeft jullie zielen teruggebracht (naar jullie lichamen).Wie slaapt en het gebed gaat aan hem voorbij dient deze te bidden wanneer hij wakker wordt, en wie vergeet een gebed te bidden dient deze te bidden wanneer hij zich deze herinnert.” Overgeleverd door Aboe Ya’laa in al-Moesnad (2/192), en authentiek verklaar door Sheikh al-Baanie in ‘ir-Waa’al-Ghaliell’ (1/293).

5 – Hoedhayfah levert over dat de boodschapper van Allah gewend was te zeggen als hij opstond uit zijn slaap: “Alh’amdoe liellaahie lladhie ah’yaana ba’ada maa amaatana wa ilayhie nnoeshoer.” (Alle lof zij Allah Die ons tot leven brengt nadat Hij ons heeft doen sterven en tot Hem is de terugkeer).Overgeleverd door al-Boekhaari (6312), en deze overlevering is ook vermeld door imaam Moeslim in zijn Sahieh (2711) van al-Baraa’ ibn ‘Aazib. Deze bewijzen zijn genoemd door al-Haafidz Ibn Radjab moge Allah hem genadig zijn, en hij zei: “Het vers is een bewijs dat slaap een soort ‘dood’ is. De overlevering geeft aan dat tijdens de slaap de ziel weggenomen wordt, en dat dit een soort van een dood is wanneer deze tijdens de slaap weggenomen wordt.” Einde citaat uit Feth al-Baari van Ibn Radjab (3/325). Maar de het nemen van de ziel in de slaap is niet een volledige scheiding van de ziel van het lichaam zoals dit gebeurt bij de dood. Het voortbestaan ​​van het leven in het lichaam tijdens de slaap is het bewijs van de voortzetting de ziel in het lichaam tijdens de slaap. Maar de gehechtheid eraan is veel minder dan wanneer de mens wakker is. Niet alle scheiding van het ziel van de lichaam betekent ook de dood. Maar wat er gebeurt met het lichaam verschilt per soort van afscheiding van de ziel ervan. Ibn Radjab- moge Allah hem genadig zijn- zei: Het nemen van de zielen uit het lichaam vereist niet een gehele scheiding van het lichaam, maar het kan zijn dat de ziel genomen wordt, maar toch in contact blijft met het lichaam, zoals de slapende.” Einde citaat uit Feth al-Baari van ibn Radjab (3/326). Zie ook andere uitspraken van geleerden omtrent dit onderwerp zoals in “ah-Kaam al-Qor’aan” (15/261) van imaam al-Qoertoebie- moge Allah hem genadig zijn- en “Feth al-Baari” (11/114) van Ibn Hadjar- moge Allah hem genadig zijn-. Wat lijkt ons dat wat u noemt in uw vraag niet iets in deze zaak, de dood van de ziel in de slaap is tijdens de slaap alleen, en is niet voor het slapen gaan zoals u noemt in uw vraag. Misschien is datgene wat u overkomen is een psychologische kwestie, of het veel bezig zijn met de dood of iets dergelijks.

We vragen Allah om u te genezen en uw situatie te verbeteren.

En Allah weet het beste. Bron: www.islamqa.com van Sheikh Mohammed Saalih al-Munadjid- moge Allah hem beschermen- Vraagnummer:160880.

foi

Is de shahaada genoeg om het paradijs te betreden

 

Is het uitspreken van de twee getuigenissen (dat er geen god met recht aanbeden wordt dan Allah is, en dat Moh’ammed de boodschapper van Allah is) genoeg om het Paradijs te betreden?!

Vraag: is het juist dat wanneer de getuigenis uitgesproken wordt dit genoeg is om het Paradijs te betreden op de Dag des Oordeels?!

Antwoord:

Alle lof is voor Allah. Islam houdt niet alleen het uitspreken de twee getuigenissen, maar het is noodzakelijk dat er aan voorwaarden wordt voldaan opdat deze getuigenis daadwerkelijk ook waar wordt gemaakt opdat degene die het uitspreekt zich moslim kan noemen. De islam is gebouwd op geloofsovertuigingen, en het uitspreken en het verrichten van daden. Op het gezag van ‘Oebaadah ibn Saamit dat de boodschapper van Allah zei: “Wie getuigt dat er geen god is, behalve Allah alleen, zonder partner of iets aan Hem toe te kennen en dat Mohammed Zijn dienaar en Boodschapper is en dat Jezus Zijn dienaar en Boodschapper is, een woord waarmee Allah Maria heeft begunstigd en een geest gecreëerd door Hem en dat het Paradijs waarheid is en dat de Hel waarheid is; Allah zal hem toelaten tot het Paradijs door welke acht poorten hij maar wenst.” (Overgeleverd door al-Boekhaari (3252) en Moeslim (28).

Sheikh Abdurahmaan ibn Hassan ibn Moh’ammed ibn ‘Abdoelwahaab zei als commentaar op deze overlevering: “Oftewel: degene die het uitspreekt, en weet wat de betekenis inhoud, en zowel openlijk als innerlijk ernaar handelt. Het is noodzakelijk dat deze getuigenis gepaard gaat met kennis, zekerheid, en handelingen die hiermee in verband worden gebracht. Zoals Allah zegt: “Weet dat er geen god is dan Allah.” (Soerat Moh’ammed (47) aayah 19). En de uitspraak van Allah  “…behalve wie van de Waarheid getuigen terwijl zij kennis hebben”. (Soerat az-Zoekhroef (43) aayah 86). Wat betreft het uitspreken ervan zonder kennis te hebben van de betekenis ervan, zonder zekerheid, en zonder daden die ermee verbonden zijn zoals het nemen van afgoderij, zuiverheid (Ikhlaas) in zowel daden als woorden en het verrichten van zowel daden met de tong, het hart als de ledematen heeft geen profijt en nut hiermee. Hierover is er een overeenstemming bereikt tussen geleerden.” (Einde citaat).

Imaam al-Qoertoebie zei in zijn boekwerk “Al-moefhim ‘allaa Sahieh Moeslim” onder paragraaf: “Het is niet voldoende om alleen maar de getuigenis uit te spreken, maar het hart dient ervan overtuigd te zijn”:

“… dit duidt op de verdorvenheid van extremisten van Al-Moerdji-ah[1] die beweren dat het uitspreken van de twee getuigenissen voldoende is voor oprecht geloof. De overleveringen genoemd in dit paragraaf duiden op de ongeldigheid ervan. De geloofsleer van de Al-Moerdji-ah is een bedorven geloofsleer want het keurt hypocrisie goed en oordeelt over de hypocriet dat hij volledige geloof bezit (want als je de getuigenis maar uitspreekt)[2] en dit zonder twijfel ongeldig en onwaar.” Einde citaat.

In de voorgaande overlevering is er een zinsdeel die hierop duidt en dat is de profeet’s uitspraak: “Wie getuigt” en een getuigenis is niet voldoende behalve wanneer dit met kennis, zekerheid, zuiverheid en oprechtheid is.” (Zie Fath al-Madjied blz. 36). En de voorwaarden van de getuigenis dat er geen god is dan Allah zijn er zeven. Deze zijn beknopt:

  1. De eerste voorwaarde is Al-i’lm (kennis).

Het is een verplichting voor een ieder die de Shahaada uitspreekt, dat diegene weet wat het betekent. Allah zegt in de Qor-aan:  “Weet, dat er geen god is dan Allah.” (Soerat Moh’ammed (47) aayah 19).  Als iemand dus negeert dat Allah Ta’ala de Enige is Die het waard is aanbeden te worden, dan is zijn Islam tenietgedaan. Om deze reden is kennis een fundamentele voorwaarde voor de acceptatie van iemand’s Islam. In een overlevering is gekomen: “Degene die sterft en weet ‘Laa ilaaha illallaah’; dat er niets het waard is aanbeden te worden behalve Allah, zal het Paradijs binnentreden.” (Overgeleverd door imaam Moeslim)

Allah I zegt: “Dit is een Verkondiging voor de mensen,opdat zij daardoor gewaarschuwd zullen worden, en opdat zij weten dat Hij de Enige God is en opdat de bezitters van verstand de vermaningen ter harte zullen nemen.” (Soerat Iebrahiem (14) aayah 52).  Het is erg belangrijk te vermelden dat Allah Ta’ala niet zei:” Opdat zij zeggen dat Hij Eén is”, Hij zei: “Opdat zij weten dat Hij Eén is.”

  1. De tweede voorwaarde is Al-Yaqeen (zekerheid).

De dienaar dient absolute zekerheid te hebben over het feit dat alle aanbiddingen alleen aan Allah gericht mogen zijn en hij mag hierover niet twijfelen.

Allah zegt: “Voorwaar, de gelovigen zijn slechts degenen die in Allaah en Zijn Boodschapper geloven, die vervolgens niet twijfelen en die met hun bezittingen en hun levens strijden op de Weg van Allah. Zij zijn de waarachtigen.” (Soerat al-Hoedjoeraat (51) aayah 15).

  1. De derde voorwaarde van is Al-Qoebool (acceptatie).

Wanneer een persoon heeft geleerd over Tewhied en de betekenis van ‘Laa ilaaha illallaah’ en Al-Yaqien heeft, moet hij vervolgens mondeling getuigen dat hij de Shahaada accepteert en dit om geen enkele reden ontkent, behalve onder Ikraah (dwang).

Allah zegt: Voorwaar, toen er tot hen gezegd werd: “er is geen god dan Allah” Toen waren zij hoogmoedig. En zij zeggen: Zullen wij dan onze goden achterlaten vanwege een bezeten dichter.” (Soerat As-Saaffaat (37) aayah 35-36).

  1. De vierde voorwaarde van Tewhied is Al-Inqiyaad (inschikkelijkheid).

Allah zegt: Bij jou Heer, zij geloven niet totdat zij jou laten oordelen over waar zij over van mening verschillen en dan in zichzelf geen weerstand vinden tegen wat jij oordeelde, en zij aanvaarden volledig”. (Soerat an-Nissaa’ (4) aayah 65)

  1. De vijfde voorwaarde van Tewhied is As-Sidq (oprechtheid).

Degene die Tewhied verklaart met zijn tong en dan de betekenis verwerpt met zijn hart, zijn Tewhied zal niet geaccepteerd worden en het zal hem niet redden, zoals Allah  duidelijk zegt over de Moenafiqoen (huichelaars): “Wanneer de huichelaars tot jou komen, dan zeggen zij: “Wij getuigen dat jij zeker de Boodschapper van Allah bent”. En Allah weet dat jij zeker Zijn Boodschapper bent en Allah getuigt dat de huichelaars zeker leugenaars zijn.” ( Soerat Al-Moenaafiqoen aayah 1).

Allah beantwoordt hen (de huichelaars) door te zeggen: “En er zijn onder de mensen, die zeggen: “Wij geloven in Allah en in de laatste Dag, terwijl zij geen gelovigen zijn.” (Soerat al-Baqarah (2) aayah 8).

  1. De zesde voorwaarde van Tewhied is Al-Ichlaas (eerlijkheid/zuiverheid).

Al-Ichlaas is het toekennen van alle aanbiddingen aan Allah Alleen, niet voor iets of iemand anders. Allah  zegt: “Zij werden niets anders bevolen dan Allah met de zuivere aanbidding te bidden.” (Soerat al-Bajjinah (98) aayah 5). De Boodschapper van Allah heeft gezegd: “Allah heeft het Vuur verboden verklaard voor eenieder die ‘Laa ilaaha illallaah’ zegt op de Weg van Allah.” (Overgeleverd door al-Boekhaari en Moeslim). Hij heeft ook gezegd: “De gelukkigste mensen met mijn voorspraak op de Dag des Oordeels zijn zij die ‘Laa ilaaha illallaah’ oprecht vanuit het hart zeggen (tegen Allah)” (Overgeleverd door imaam al-Boekhaari).

  1. De zevende voorwaarde voor Tewhied is Al-Mahabba (Liefde).

Allah zegt: “En er zijn onder de mensen die naast Allah afgoden nemen, die zij liefhebben met de liefde als (die) voor Allah, maar degenen die geloven zijn sterker in liefde voor Allah.” (Soerat al-Baqarah (2) aayah 165). En de voorwaarden voor het tweede gedeelte van de getuigenis ‘dat Moh’ammed’ de boodschapper van Allah’ zijn hetzelfde als de voorwaarden van ‘laa illaaha illa llah’ en dit is genoemd is de vragen 9104 en 12295.

En Allah weet het beste.

Bron: Islam vraag & antwoord (www.islamqa.com) van Sheikh Mohammed Saalih al-Moenadjid- moge -Allah hem behouden. ‘Aqieda onder rubriek: “Tewheed” (Eenheid van Allah). Vraagnummer:  82857.

 

[1] Al-Moerdji-ah: Eén van de dwalende groeperingen in de Islam. Zij zijn degenen die de daden scheiden (irdjaa-) van al-Iemaan (het Geloof). De daden behoren volgens hen niet tot al-Iemaan en al-Iemaan is enkel en alleen het erkennen met het hart. De grote zondaar is bij hen dan ook een gelovige met een volmaakt geloof, al verricht hij nog zoveel zonden en al laat hij nog zoveel verplichtingen na. Al-Djahmiyyah hebben ook hun methodiek en dit extreem is het tegengestelde van het extreem van de methodiek van al-Khawaaridj (zie Sharh Loem’atil-I’tiqaad van al-Imaam Ibn ‘Oethaymien – moge Allah hem genadig zijn).

 

[2] Dit is onjuist want Allah zegt in de Qor-aan:  Soerat al-Moenaafiqoen  “Wanneer de huichelaars tot jou komen, dan zeggen zij: “Wij getuigen dat jij zeker de Boodschapper van Allah bent”. En Allah weet dat jij zeker Zijn Boodschapper bent en Allah getuigt dat de huichelaars zeker leugenaars zijn.” ( Soerat Al-Moenaafiqoen (63) aayah 1).

2370f725

Adam, de schepping van Allah

Wat is de wijsheid waarom Allah Adam in fasen schiep terwijl Allah in staat is hem te scheppen met het woord “wees” (zoals de uitspraak van Allah : “Allah schept wat Hij wil, als Hij over een zaak bepaalt, dan zegt Hij er slechts tegen: ‘Wees’, en het is”?

 

Vraag: “Zoals bekend is heeft Allah alles geschapen uit het niets met het woord “Wees”. Waarom heeft Allah Adam geschapen uit klei en niet uit het niets met hetzelfde woord (‘Wees)? Ik kan dit onderwerp niet goed begrijpen en hoop op meer uitleg en verduidelijking.” Antwoord:
Alle lof is voor Allah.
Ten eerste:
Wat er genoemd is in de Qor-aan dat Adam geschapen werd uit zand, of klei, of aarde heeft betrekking op de fasen waarin hij geschapen. Elke fase is genoemd en op de juiste plaats geplaatst in het boek van Allah.
Wat betreft de volgorde van de stadia waarin Adam door Allah geschapen werd: dit is begonnen met “zand”, vervolgens is er water aan toegevoegd waardoor het “klei” werd. Daarna werd dit klei “zwart slijk”. Toen deze substantie droog werd, zonder tussenkomst van vuur, werd het “Salsaal”, en “Salsaal” is klei dat opgedroogd is zonder dat er vuur aan te pas is. Daarna werd er door Allah een ziel ingeblazen in deze schepsel waardoor het een mens werd, Adam genaamd.

 

Sheikh Mohammed al-Amien ash-Shanqeeti-moge Allah hem genadig zijn- zei:

“Als je dit weet, weet dan dat Allah de Almachtige in Zijn Boek de fasen van deze klei waaruit Adam is geschapen uiteen heeft gezet en verduidelijkt. Als eerste noemt Allah de fase van aarde: Voorwaar, de gelijkenis (van de schepping) van ‘Îessa is bij Allah als de gelijkenis (van de schepping) van Aadam. Hij schiep hem uit aarde.” (Soerat aal- ‘Imraan (3) aayah 59). En de uitspraak van Allah : “O mensen, als jullie in twijfel verkeren over de Opstanding: voorwaar, Wij schiepen jullie uit aarde.” (Soerat al-Hadj (22) aayah 5), als mede de uitspraak van Allah :   “Hij is Degene Die jullie uit aarde heeft geschapen.” (Soerat Ghaafir (40) aayah 67) en soortgelijke verzen uit de Qor-aan.
Daarna wees Allah erop dat het zand met vocht vermengd werd waardoor deze klei werd (tweede fase). Zoals de uitspraak van Allah:Voorwaar, Wij hebben hen van kleverige klei geschapen.” (Soerat as-Saafaat (37) aayah 11). En Zijn uitspraak: “En voorzeker, Wij hebben de mens uit een uittreksel van klei geschapen.” (Soerat al-Moe’minoen (23) aayah 12). En de uitspraak van Allah : “En Hij begon de schepping van de mens uit klei.” (Soerat as-Sadjdah (32) aayah 7). En andere verzen.

 

Verder verduidelijkt Allah dat dit klei zwart werd en veranderde: “zwart slijk” (derde fase). Daarna licht Allah toe dat deze substantie geleidelijk opdroogde en “Salsaal” werd die een kletterende geluid heeft nadat deze droog werd. Allah zegt: En voorzeker, Wij hebben de mens (Aadam) geschapen uit klei, van zwart slijk gevormd.” (Soerat al-Hidjr (15) aayah 26). En de uitspraak van Allah: “Hij heeft de mens geschapen van droge klei, als aardewerk.” (Soerat ar-Rahmaan (55) aayah 14). En de kennis is bij Allah.

Zie “ad-Dwaa’ al-Bayaan” (2/274-275).
Ten tweede: Er is geen twijfel dat er grote wijsheid zit achter hetgeen Allah voorbeschikt, schept en wettig en religieus voorschrijft. Hij is de Alwijze, en een van Zijn attributen is wijsheid. Maar Allah brengt Zijn schepping niet op de hoogte van alles wat Hij wil of voorschrijft. De islamitische wet komt met zaken die het verstand versteld doen staan en niet wat het verstand verwerpt. De geleerden hebben getracht om enigszins de wijsheden te zoeken waarover Allah hen niet heeft bericht over de wijsheden erachter. In een aantal gevallen hebben zij hierover geschreven, en in andere gevallen waren zij hiertoe niet in staat. Maar in alle gevallen hebben zij zich neergelegd bij het gebod van Allah en dat Hij Alwijs is met betrekking tot Zijn schepping en Zijn wetgeving. Wanneer het religieuze wetten betrof haasten zij zich in het uitvoeren van de geboden en het nalaten van de verboden. Dit is de werkelijke essentie en kern van volledige dienaarschap tot Allah (al-‘Oeboediyah).

 

De moslim gelooft stellig en is ervan overtuigd dat het gebod van Allah de Almachtige voor iets, hoe groot en geweldig dit ook moge zijn, wanneer Hij dit wil dat dit plaatsvindt Hij er “Wees” tegen zegt en het is zoals Hij wil. Zoals de Woorden van Allah dit bevestigen: Is Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen niet bij machte om het gelijke ervan te scheppen? Zeker wel! En Hij is de Schepper, de Alwetende. Voorwaar, wanneer Hij iets wil (scheppen), dan zegt hij er slechts tegen: “Wees,” en het is.” (Soerat Yaasin (36) aayah 81-82).

Denk na over deze twee verzen, die in het kader van de schepping van de hemelen en de aarde en de schepping van de mens gekomen zijn; niets is onmogelijk voor Allah te scheppen, wanneer Hij de aanwezigheid ervan wil zegt hij er “Wees” tegen en het is. Als Allah ons bericht dat Hij de hemelen en de aarde in zes dagen schiep dan is er geen twijfel dat hierin een grootse wijsheid zit. Zie ook het antwoord op vraagnummer (20613). Zo is het ook gesteld met de schepping van onze vader Adam, Allah is in staat om hem te scheppen met het woord “Wees”, maar Allah wil hem in fasen scheppen, en er is geen twijfel dat hierachter een grote wijsheid schuilt.

Er kunnen verschillende wijsheden afgeleid worden van de schepping van Adam, waaronder: 1 – Dat Allah hem schiep uit zand om zo de Almacht van Allah te laten zien met betrekking tot Zijn schepping.

Het doel hiervan is: verwijzen naar het prachtige scheppingsverhaal, aangezien Allah uit een niets betekende hoedanigheid (zand en water) een schepping tevoorschijn haalt die de meester is onder zijn soort van alle soorten en vormen van de materiële wereld met het leven.
“Zie at-Tahreer wa Tanweer” (14/42).

2 – Aangezien de engelen geschapen zijn voor aanbidding, gehoorzaamheid en het gedenken van Allah, is het gepast dat zij geschapen zijn uit licht, en aangezien de eigenschap van de demonen (Shayaateen) opruiing, influisteringen, en kwaadaardigheid is, is het gepast dat hun schepping uit vuur is. En dan de mens: de mens is de gevolmachtigde op deze aarde en de bewoner ervan, en aangezien de aarde bestaat uit zowel moeilijke als makkelijke gronden, vruchtbare als onvruchtbare, goede en slechte aarde, is het geschikt dat de schepping van waaruit Adam geschapen is in overeenstemming is met de karakteristieken van de aarde. Licht is een geheel, vuur is een geheel, maar zand en aarde: per plaats is dit anders. En zo is precies ook de mens. Dit is ook wat de boodschapper van Allah verduidelijkte met zijn woorden: “Allah heeft Adam geschapen uit een handvol aarde die Hij van alle soorten aarde verzamelde. De zonen van Adam zijn dienovereenkomstig ook zoals de aarde: er zijn er onder hen met een rode huidskleur, of blanke huidskleur, of zwarte huidskleur, makkelijk of moeilijk, goed of slecht en daar tussen in.” Overgeleverd door at-Thirmidzi (2955) en Aboe Daawood (4693) en authentiek verklaard door at-Thirmidzi en al-Baanie in Sahieh at-Thirmidzi.

 

3 – Een van de grootste wijsheden van de schepping van Adam is dat Allah Adam wil onderscheiden van al Zijn schepping en dat is dat Adam door Allah eigenhandig is geschapen met Zijn Edele Handen. En dit is niet aan de orde wanneer Adam uit het niets was geschapen. De engelen en de Djinn zijn geschapen uit het niets, in hun geval wordt niet gezegd dat zij geschapen zijn met Allah’s Handen. Allah zegt: “Hij (Allah) zei: “O Iblies, wat heeft jou ervan weerhouden om neer te knielen toen Ik met Mijn beide Handen (Adam) heb geschapen? Ben jij (thans) hoogmoedig, of behoorde jij (al eerder) tot de hooghartigen?” (soerat (38) Saad: 75)

En als de mensen naar hun vader Adam op de Dag van de wederopstanding komen voor de voorspraak(ash-Shafaa’a) zullen zij tegen hem zeggen: “O Adam, u bent de vader van de mensen. Allah heeft u met Zijn Hand gemaakt, blies in u Zijn Ziel, heeft de engelen voor u laten knielen en heeft u het Paradijs laten bewonen, doe dan voorspraak voor ons bij uw Heer, ziet u niet in welke situatie wij ons momenteel bevinden?!” (Overgeleverd door al-Boekhaari (3162) en Moeslim (194).

Sheikh al-islaam Ibn Taymiyyah- moge Allah hem genadig zijn- zei: “De schepping van Adam en Hawwaa’ was wonderbaarlijker dan de schepping van de Messias ‘Iessa de zoon van Meryam, want Hawwaa’ is geschapen uit een rib van Adam, en dit is wonderbaarlijker dan de schepping van ‘Iessa in de buik van zijn moeder. De schepping van Adam op zijn beurt is wonderbaarlijker dan beiden, want de het is de oorsprong van de schepping van Hawwaa’.” zie: “al-Djawaab as-Sahieh limen Baddala Dien al-Masieh” (4/55). En de wijsheid van Allah is groter dan dat het menselijk verstand dit in alle details omvat en begrijpt.

En Allah weet het beste.

 

Bron: www.islamqa.com van Sheikh Mohammed Saalih al-Munadjid- moge Allah hem beschermen- Vraagnummer: 145808.

moskee-by-night

Zijn er mensen die Afrekening reeks achter de rug hebben en het Paradijs of de Hel zijn binnengegaan?

 

 

Zijn er mensen die Afrekening reeks achter de rug hebben en het Paradijs of de Hel zijn binnengegaan?

Vraag: “Wanneer begint de Afrekening? Is dit wanneer het wanneer iemand begraven wordt of op de  Dag der Opstanding .We weten dat er sommige mensen het Paradijs zijn binnengetreden, zoals de kapster van de dochters van Fir’aun, Dja’far ibn Abi Taalib en ‘Abdullah ibn Rawaahah –moge Allah met hen allen tevreden zijn-. Wij weten ook dat er sommige mensen zijn die het Hellevuur zijn binnengegaan. Hoe is dat mogelijk als we weten dat de eerste die het Paradijs betreedt de boodschapper van Allah is?”

Antwoord:

 

Alle lof is voor Allah de Heer van de werelden.

Allereerst:

De plicht van elke moslim is om te geloven dat de Afrekening na de dood waarheid is, en dan de beloning of bestraffing na deze Afrekening plaats vindt.  Allah, de Almachtige , zegt: “Bij jouw Heer, Wij zullen hen zeker allen ondervragen. Over wat zij plachten te doen.” (Soerat al-Hidjr (15) aayah 92). Allah zegt in een ander vers: “Wij zullen zeker degenen aan wie (Profeten) gezonden waren ondervragen, en Wij zullen zeker de gezondenen vragen.” (Soerat al-A’raaf (7) aayah 6).

 

Bovendien zal deze Afrekening plaatsvinden in  twee fasen:

De eerste fase:

 

Dit is in het graf na de dood; en dat is wanneer de twee engelen komen en de mens vragen naar zijn Heer, zijn religie en profeet, zoals dit gekomen is in verscheidene authentieke overleveringen. En dit is de beproeving van het graf waarmee de boodschapper van Allah ons heeft opgedragen om bescherming te zoeken bij Allah tegen de straf in het graf.

‘Aiesha levert over dat de boodschapper van Allah zei: “Tot mij is geopenbaard dat jullie beproefd zullen worden in het graf.” Overgeleverd door al-Boekhaari (1049) en Moslim (584). Ibn Hadjar zei in Feth al-Baarie (1/165): “De oorsprong hiervan is een soort test en een ondervraging .” Einde citaat.

 

Imaam al-Manaawi vermeld in zijn Tefseer ” Feth al-Qadeer” (6/234)  een uitspraak van sommige geleerden die zeiden: “De gelovige wordt afgerekend in zijn graf zodat de afrekening op de Dag van de Afrekening enigszins verlicht wordt. Hij wordt in zijn graf beproefd zodat hij hieruit komt terwijl de vereffening plaats heeft gevonden.” Einde citaat.

Er zal na deze afrekening in het graf ook een beloning of straf zijn. Wie geslaagd is zal zaligheid en het geluk tegemoet gaan zien in zijn graf, en wie verloren heeft zal ellende ongeluk en lijden tegemoet zien in zijn graf.

 

Dit alles vindt plaats in het graf of in het leven van de ‘Barzagh’. Maar wat betreft het binnentreden van het Paradijs of de Hel: er is nog niemand volledig deze twee eindbestemmingen binnengegaan, behalve na de tweede fase en dat is de afrekening in het Hiernamaals.

 

Maar het kan voorkomen dat sommige zielen het Paradijs binnentreden waardoor zij genieten van de zaligheid van het Paradijs als een beloning en jovialiteit van Allah.

De profeet zei: “De Nesmah van een gelovige is als een vogel in de bomen van het Paradijs totdat Allah de ziel terugbrengt naar zijn lichaam op de Dag dat Hij hem doet wederopwekken.” Overgeleverd door imaam Maalik in al-Moewatta (1/240) en geclassificeerd als Sahih door Ibn ‘Abd al-Barr in zijn boek “al-Istidhkaar” (2/614).

De Nesmah van een gelovige: zijn ziel.

In de bomen van het Paradijs: het eet en voedt zich met de vruchten van het Paradijs.

 

Ibn al-Qayyim –moge Allah hem barmhartigheid zijn– zei in zijn boek ‘Haadie al-Arwaah’ (blz.48): “Dit is een duidelijk bewijs dat de ziel het Paradijs betreedt voor de aanbreken van de Dag des Oordeels”. Einde citaat.

Net zoals het kan voorkomen dat er sommige zielen zijn is de Hellevuur zijn, en die getroffen worden door de verschrikkelijke hitte en kwelling. De Almachtige zegt: “Ze zullen ‘s ochtends en ‘s avonds voor de Hel geplaatst worden. En de Dag waarop het Uur valt (zegt Allah tegen de Engelen:) “Laat Fir’aun en zijn volgelingen de hardste bestraffing binnengaan!” (Soerat Ghaafir (40) aayah 46).

 

Wie gered wordt van de afrekening in het graf zal een gemakkelijk Afrekening krijgen in het Hiernamaals.

 

Haanie de dienstknecht van ‘Oethmaan zei: “Wanneer ‘Oethmaan voor een graf stond huilde hij totdat zijn baard nat werd van de tranen. Er werd tegen hem gezegd: “Je wordt herinnert aan het Paradijs en Hellevuur en je huilt niet en je huilt wel bij het graf…?!” Hij zei –moge Allah met hem tevreden zijn –: “De boodschapper van Allah zei: “Het graf is de eerste fase van de fasen van het Hiernamaals. Wie ervan gered wordt zal het hierna alleen maar gemakkelijk hebben en wie er niet van gered wordt zal het hierna alleen maar zwaarder er moeilijker hebben…!” Overgeleverd door imaam at-Thirmidi (2308) en authentiek verklaar door Sheikh al-Baanie in Sahih at-Tirmidhi.

De tweede fase van de Afrekening:

 

Dit is na de wederopstanding in het Hiernamaals, en dit is de grote geweldige Afrekening door Allah plaatsvindt waar onderscheid gemaakt wordt tussen de mensen van het Paradijs en het mensen van het Hellevuur, en waar de mensen onderlinge rechten verrekenen. Daarom wordt deze Dag ‘de dag van de Afrekening’ genoemd. Allah, de Almachtige, zegt:

“Dat is wat aan jullie beloofd is voor de Dag des Oordeels.” (Soerat Saad (38) aayah 53).

Allah I zegt: “En Moeasa zei: Voorwaar, ik zoek mijn toevlucht bij mijn Heer en bij jullie Heer tegen iedere hoogmoedige die niet gelooft in de Dag des Oordeels.”(Soerat Ghaafir (40) aayah 27).

 

Niemand zal het Paradijs of  Hel binnengaan behalve wanneer de Afrekening plaats heeft gevonden, er zijn mensen die een makkelijke afrekening krijgen, en er zijn mensen die een zware afrekening te wachten staat…

Onze profeet Mohammed is de eerste van alle mensen die daadwerkelijk en feitelijk het Paradijs zal binnentreden in het Hiernamaals. Enes ibn Maalik verhaald dat boodschapper van Allah zei: “Ik zal komen bij de deur van het Paradijs en vraag of deze geopend kan worden. De engelbewaarder van het Paradijs vraagt: “Wie ben jij?” Ik zal beantwoorden met “Mohammed”. Hij zal zeggen: “Mij is bevolen om voor niemand voor jou de deur van het Paradijs te openen.” Overgeleverd door imaam Moslim (197).

 

Ten tweede:
Wat betreft de overleveringen waarin de profeet vermeld dat hij iemand in het Paradijs of de Hel zag, kan op twee manieren uitgelegd worden:

1 – Ofwel zag hij hen in dromen, zoals in de overlevering van Aboe Hurayrah , dat de profeet tegen Bilaal bij het Fadjr gebed zei: “O Bilaal, bericht mij over goede daad die je hebt verricht in de islaam, want waarlijk ik hoorde je voetstappen in het Paradijs.”
al-Haafidh Ibn Hadjar zei in “Feth al-Baarie” (3/35): “al-Kirmaani zei: “De betekenis van de overlevering is dat het horen wat erin genoemd is plaats heeft gevonden ten tijde van de slaap. Omdat het Paradijs door niemand betreden zal behalve na de dood. Wat dit ondersteunt dat het in een droom was, is de overlevering: “Ik zag dat ik het Paradijs binnenging en hoorde voetstappen. Er werd gezegd: “Dit zijn de voetstappen van Bilaal. Ik zag ook een paleis, en in de binnenplaats was een jonge vrouw. Er werd gezegd: “Dit is het paleis van ‘Omar.” Zo is er ook de overlevering van Aboe Hurayrah: “Terwijl ik lag te slapen zag ik mezelf in het Paradijs, en zag een vrouw die de Woedoe’ (rituele wassing) aan het doen was naast een paleis. Er werd gezegd dat dit van ‘Omar is.”

 

Hiermee weten wij dat dit plaats heeft gevonden ten tijde van de slaap. Door deze overlevering is ook de deugd van Bilaal bevestigd, omdat de droom van profeten een inspiratie en openbaring is, en daarom werd het ook bevestigd door de boodschapper van Allah.” Einde citaat.

 

2 – Allah openbaart aan Zijn boodschapper wat er zal plaatsvinden in het Hiernamaals, totdat hij het met eigen ogen ziet of met zijn hart. al-Haafidh ibn Hadjar –moge Allah hem genadig zijn– zegt in de uitleg van Sahieh Moslim (6/207): “Qaadie ‘Ayyaad zei: “De geleerden hebben gezegd: het kan zijn dat de boodschapper van Allah deze mensen daadwerkelijk gezien heeft, dat Allah het voor hem zichtbaar laat zijn, en de afscheiding verwijderde tussen hem en hen net zoals Allah voor hem de Aqsa moskee onthulde en deze tot in de kleinste details beschreef aan de Qorashieten.

 

Geleerden zeiden ook: Het is waarschijnlijk dat hij dit kennis dat hem gegeven wordt en een weergave van een openbaring is, door hem te inspireren met gedetailleerde zaken die hij eerder niet wist. al-Qaadie zei: “Maar de eerste visie is waarschijnlijker want de woorden in de overlevering op duiden. Er zijn zaken genoemd die erop duiden dat de profeet deze ook echt heeft gezien, zoals het uitstrekken van zijn hand tijdens het gebed om een druiventros (uit het Paradijs) te pakken, en het zetten van een stap achteruit uit angst verwond te worden door een Vuurvlam dat hij zag.” Einde citaat.  Zie ook de vragen (4003), (5643), (12478), (14526). Zie het antwoord op vraagnummers (4003), (5643), (12.478) (14.526).

En Allah weet het beste.

 

 

Bron: www.islamqa.com van Sheikh Mohammed Saalih al-Munadjid –moge Allah hem beschermen– Fatwanummer: 89813.